Gelijke kansen

Het klinkt zo vanzelfsprekend. Gelijke kansen voor alle leerlingen. Voor de leerling maar ook voor de samenleving. We hebben immers iedereen hard nodig. Toch valt gelijke kansen in de praktijk nog behoorlijk tegen als we de onderwijsinspectie mogen geloven. 

 

Toename kansenongelijkheid

De kansenongelijkheid is volgens de inspectie in de afgelopen jaren eerder toegenomen dan afgenomen. Hoe kan dat toch? Allereerst de uitdrukking kansengelijkheid. Klopt die wel? Als we iedere leerling gelijke kansen geven dan bevestigen we eerder de kansenongelijkheid dan dat deze afneemt. Zo zijn er immers leerlingen die met taal- of leerachterstand de school binnenkomen of juist hoogbegaafd zijn en hun draai niet kunnen vinden op school. Als we deze leerlingen op dezelfde manier behandelen als leerlingen die dat niet hebben dan neemt de kansengelijkheid eerder toe dan af. 

Gelijke kansen bij de eindtoets of bij examenvoorbereiding

Gelijke kansen betekent juist 'meer' of 'anders' doen. Kansenongelijkheid kan allerlei vormen aannemen. Een voorbeeld is de voorbereiding op de eindtoets. Sommige ouders huren daar ondersteuning voor in of kopen prijzige computerprogramma’s waarmee ze de eindtoets oefenen. Het is misschien begrijpelijk maar het verkleint wel de kans op kansengelijkheid als je deze prijzige computerprogramma’s niet kan betalen. 

In het voortgezet onderwijs is het al niet anders bij de examenvoorbereiding. Ook daar neemt het aantal leerlingen snel toe dat mee doet aan allerlei prijzige ‘stoomcursussen’. En dan heb je tussendoor nog allerlei huiswerkbegeleidinginstituten. Op zich allemaal niets mis mee, want je wilt het beste voor je kind maar de ene groep heeft daardoor aanmerkelijk meer kansen dan de ander. 

Welke ervaring willen we ieder kind bieden?

In de VS zijn er in Siliconvalley (het ICT-walhalla) ouders die bewust kiezen voor scholen zonder ICT. Dat klinkt leuk maar als school de enige mogelijkheid is waardoor je als leerling met ICT in aanraking kan komen, omdat het thuis niet betaald kan worden dan wordt het toch anders.  Hetzelfde geldt voor allerlei kostbare schoolreisjes. Je gunt dat ieder kind zijn horizon verbreed maar het moet ook voor ouders betaalbaar zijn. Anders wordt de wereld voor het ene kind veel kleiner dan voor het andere kind. Het is misschien beter om na te denken over welke ervaring we ieder kind minimaal willen bieden. 

De beste in plaats van gelijke kans

Het onderwijs kan helaas niet alle problemen in de samenleving oplossen. Misschien is het in dat verband ook beter te spreken van ”De beste kans voor iedere leerling”  in  plaats van gelijke kansen. Met de beste kans voor iedere leerling kijken we nadrukkelijk naar wat we moeten doen om iedere leerling die kans te geven. Wat daar voor nodig is kan per leerling sterk verschillen. Wat we wel gemeenschappelijk kunnen doen is de omstandigheden creëren die daarvoor nodig zijn. 

Bijvoorbeeld kleine klassen. Dit biedt de leraar de kans voldoende aandacht te bieden aan de individuele leerling. In het basisonderwijs richten we ons bijvoorbeeld op een gemiddelde van 25/26 leerlingen per klas. In het voortgezet onderwijs ook maar daar verschilt het sterk per school. We hebben daar prachtige voorbeelden van in huis. Ook de Leon van Gelder houdt de klassen bewust klein. Alleen op die manier kan het onderwijsconcept uitgevoerd worden, waarbij we onderwijs op maat voor iedere leerling aanbieden. 

De beste kansen door gepersonaliseerd leren en extra ondersteuning

De beide andere VMBO-scholen (Werkman VMBO en het Montessori Vaklyceum) bieden sinds dit jaar gepersonaliseerd leren via Kunskapsskolan aan en de eerste ervaringen zijn goed. De Simon van Hasselt doet al jaren fantastisch werk voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De inspectie was daar lyrisch over. 

Ook de schakelklassen van bijvoorbeeld de Borgmanschool geven de leerlingen net dat extra wat ze nodig hebben als ze de taal niet spreken, veelal getraumatiseerd zijn en in een wildvreemde omgeving zitten. Dan moeten we als organisatie een stapje harder zetten. 

Op eigen talenten excelleren

In samenwerking met SKSG (kinderopvang) hebben we een doorlopende leerlijn basisonderwijs (Pendinghe/Sterrensteen/de Swoaistee) en voortgezet onderwijs (Werkman VMBO/ Kamerlingh Onnes) uitgezet. Hierdoor kunnen we leerlingen een verlengde schooldag (en jaar) en meer activiteiten bieden. Activiteiten waar de leerlingen juist op hun eigen talenten kunnen excelleren, van sport tot bijvoorbeeld koken.

De beste kans tweede natuur bij speciaal onderwijs

 “De beste kans voor iedere leerling” is bij het Speciaal Onderwijs bijna een tweede natuur voor de medewerkers. Of het nu om de Van Liefland, de Buitenschool, het SBO of de Mytylschool gaat, bij deze leerlingen moet je telkens blijven zoeken naar de mogelijkheden die ze hebben. Maatwerk in extremo. Welk onderwijs kunnen we bieden zodat de leerling toch optimaal zijn of haar talent kan benutten? Juist gepersonaliseerd leren en ICT bieden deze groep leerlingen geheel nieuwe mogelijkheden.

Maar het begint en eindigt allemaal met de leerkracht die het kind en zijn talenten ziet. Ik heb daar ontroerende voorbeelden van gezien. Mooi ook dat de praktijkschool Heyerdahl de leerlingen binnenkort van een diploma mag voorzien, waardoor deze leerlingen makkelijker aansluiting krijgen op het VMBO. 

Toegankelijkheid, wat betekent dit? 

“De beste kans voor iedere leerling” betekent ook dat we toegankelijk zijn. Iedere leerling moet een plaatsje kunnen krijgen op één van onze openbare scholen. Overigens betekent dat ook dat we geen extreem hoog schoolgeld vragen om überhaupt op een school te komen. Maar we moeten ook terughoudend zijn in het doorberekenen van allerlei bijkomende kosten. Ook dat verkleint de toegankelijkheid. Als scholen teveel bijkomende kosten in rekening brengen kunnen ouders mogelijk niet voor zo’n school kiezen. 

Toegankelijk betekent in de praktijk ook dat we voorfinancieren bij observatieplaatsen voor het SBO. Wachtlijsten zijn immers niet goed voor leerlingen. Het betekent ook dat we onze ouders een plaats garandeerden toen de bekostiging voor het Speciaal Onderwijs onder druk kwam te staan door nieuwe wetgeving. Het betekent ook dat we kinderen van vluchtelingen toelieten toen een aantal jaren geleden er zich een enorme stroom aandiende terwijl het ministerie zo snel de financiering niet kon rondkrijgen. 

Maar bovenal is  “de beste kans voor iedere leerling” teams van scholen zoals bijvoorbeeld de Pendinghe, de Beijumkorf, de Ploeg, de Sterrensteen die juist ook leerlingen met de meest uiteenlopende achtergronden en complexe startsituaties als afzonderlijk kind blijven zien. Die op zoek gaan naar de beste kans voor ieder kind. 

Of misschien betekent “de beste kans voor iedere leerling” wel de wijkaanpak van de Swoaistee waar de school samen met iedereen in de wijk (onderwijs, zorg, gemeente) aan de beste kans werkt. Of misschien is het, het hoge aantal leerlingen dat bij ons in het  voortgezet onderwijs examen doet op een hoger niveau dan het basisschooladvies waarmee ze binnenkwamen! Hoger is beter als het om het werkelijke niveau gaat dat de leerling aan kan. Daarmee krijgt de leerling meer en andere kansen.

Stapje extra voor de beste kans

Als Openbaar Onderwijs Groningen proberen we de leerkrachten en leraren de mogelijkheden te bieden de talenten van het kind te kunnen zien. Zodat we voor “de beste kans” een stapje extra kunnen zetten als dat nodig is. Waar het om draait is de afzonderlijke leerling en de eigen talenten daarvan te blijven zien en dan de “ de beste kans te bieden”.