“Met dit overzicht kunt u scholen met elkaar vergelijken”

In Nederland zijn we dol op lijstjes. Hoe scoren we en hoe doen we het ten opzichte van anderen? In het onderwijs doen we daar uiteraard aan mee. Zo worden ook de eindexamenscores van de VO-scholen in lijstjes met elkaar vergeleken. De gedachte daarbij is dat we op die manier zicht krijgen op de kwaliteit van de scholen. Het gekke is dat de Inspectie van het onderwijs de kwaliteit op een hele andere manier met elkaar vergelijkt.

 

Eindexamens brengen in feite in kaart waar een leerling staat aan het einde van zijn opleiding, om zo te kunnen beoordelen welke vervolgstap het beste bij een leerling past. Een eindexamen brengt niet in kaart met welk advies een leerling binnenkwam, hoe snel hij door een opleiding is gegaan of welke persoonlijke ontwikkeling hij heeft doorgemaakt. Het eindexamen sec brengt dus niet in kaart welke waarde een school heeft toegevoegd.

Paul kan met een VMBO-advies binnen komen en met een havodiploma uiteindelijk - met de hakken over de sloot - slagen. Maar dat is voor Paul dan wel  een mega-prestatie. Ook wordt er geen rekening mee gehouden met hoeveel jaar de leerling over de onderbouw of de bovenbouw heeft gedaan. Als je in het jaar voor het examen 50% zittenblijvers hebt kan dat tot gevolg hebben dat je examenresultaten het jaar daarop veel beter zijn. De Inspectie beoordeelt daarom de kwaliteit van de resultaten door alle jaren heen.


Waar kijkt de inspectie dan naar? De inspectie kijkt naar de mate waarin leerlingen in de onderbouw- en bovenbouw succes hebben en het gemiddelde van de kernvakken. Hoe snel stroomt een leerling  door de onder- en bovenbouw en hoeveel leerlingen stromen af naar een ander “lager” niveau? Een leerling is succesvol wanneer hij doorstroomt in dezelfde of een hogere onderwijssoort. Wordt er dan helemaal niet gekeken naar de examenscores? Jawel, maar slechts als deel van het bovenbouwsucces. In het vmbo telt het slagingspercentage voor de helft mee, in de havo voor een derde en voor het VWO voor een kwart. Een klein stukje dus maar.

Om recht te doen aan de prestaties van scholen is het daarom wellicht verstandig om de lijn van de inspectie te volgen. Maar waarom blijven we dan volharden in lijstjes? Mogelijk is de reden vrij eenvoudig. De kwaliteit van een school is niet zo eenvoudig in een lijstje te persen als we graag zouden willen.

Als we met de blik van de inspectie naar onze scholen kijken, krijgen we in de bovenbouw de volgende resultaten. Het percentage ‘niet succesvol’ omvat zaken als doubleren in het jaar voor het examen, afstromen en zakken voor het examen.

Het resultaat van onze beide vmbo scholen in de bovenbouw van vmbo-basis beroepsgerichte leerwegv (bbl) ligt gemiddeld 11% boven de inspectienorm. 7% loopt vertraging op. Bij vmbo-kader beroepsgerichte leerweg (kbl) is het succes in bovenbouw 6%. 10% van de leerlingen doorloopt de bovenbouw niet in een keer. Bij de Theoretische Leerweg (TL) op de scholen van Openbaar Onderwijs Groningen ligt het bovenbouwsucces op 15% boven de norm.

Bij de havo-scholen van Openbaar Onderwijs Groningen is het bovenbouwsucces ruim 4,5% boven de norm. 17% van de leerlingen van de havo doorloopt de bovenbouw niet succesvol. Hoewel het slagingspercentage op een aantal scholen niet hoog is, ligt het totale succes flink boven de norm. Bij de vwo-scholen zien we een vergelijkbaar beeld. De vwo-scholen van Openbaar Onderwijs Groningen scoren 8% boven de inspectienorm. Een kleine 11% van de vwo-leerlingen doorloopt de bovenbouw niet succesvol. Het slagingspercentage viel bij een aantal van onze scholen in ‘17/’18 tegen, maar ook hier ligt het totale succes in de bovenbouw flink boven de norm.

Als we het succes in de onderbouw erbij betrekken dan zien we dat veel leerlingen hoger eindigen dan op basis van het basisschooladvies verwacht zou mogen worden. 

De inspectie hanteert hiervoor een maximale norm (4,75% opstroom voor havo/vwo-locaties) en een minimale norm (-10,05% opstroom voor vmbo-locaties). Deze landelijke norm is gebaseerd op landelijke schoolresultaten uit het verleden. Gemiddeld wordt er binnen Openbaar Onderwijs Groningen een prachtig resultaat van 14,86% opstroom gerealiseerd.

De grootste opstroom van leerlingen naar een “hoger” niveau wordt gerealiseerd op locaties met vmbo schoolsoorten. Gezien de relatief hoge opstroom in de onderbouw – leerlingen zitten op een hoger niveau - , is het resultaat ten aanzien van het bovenbouwsucces bijzonder goed te noemen.

Bij de scholen van Openbaar Onderwijs wordt (inclusief de hoge opstroom) een succesvolle doorstroom (overgang naar een volgend schooljaar) gerealiseerd die gemiddeld 5% hoger ligt dan de gemiddelde norm. De succesvolle doorstroom wordt voornamelijk gerealiseerd in jaren voorafgaand het examenjaar.


Vanuit de scholen werken we dus ook met lijstjes. Met normen die de inspectie hanteert en waarmee we kunnen zien hoe de leerling zijn schoolcarrière doorloopt. We willen de beste kans voor iedere leerling. Waarbij we goed kijken naar de mogelijkheden van een kind en dan vervolgens kijken waar de leerling het beste tot zijn recht komt. Het lijstje waarmee de inspectie de kwaliteit van de scholen beoordeelt, is daarmee wellicht beter dan de bekende lijstjes. Het doet in ieder geval meer recht aan de prestaties van de leerlingen.