ICT en het onderwijs

Angela Velberg, manager ICT, en ik zitten regelmatig met elkaar om tafel. Een collega die met veel gedrevenheid over onderwijs en ICT spreekt. 

 

‘Ik werk nu anderhalf jaar bij Openbaar Onderwijs Groningen. Daarvoor heb ik vanuit adviesbedrijf Arlande bij veel onderwijsorganisaties gewerkt. Wat ik heel mooi vind in onze organisatie is de passie en de gedrevenheid van leerkrachten en management. Dat is ook wat me trekt in het onderwijs. Ik vind het geweldig dat in het nieuwe strategische plan Kansengelijkheid centraal staat. Ik ben trots op wat er bij scholen als de Pendinghe, de Sterrensteen of de Beijumkorf gebeurt. Ik zou daar graag nog veel meer tijd in willen steken. Digitale geletterdheid is daar volgens mij een belangrijke sleutel.

Van de manier waarop leerkrachten en leraren bezig zijn met digitale geletterdheid ben ik onder de indruk. Leerkrachten en scholen hebben soms nauwelijks door hoeveel verder ze zijn dan collega’s in het land. Door mijn werk bij andere scholen kan ik dat wel beoordelen en we mogen er trots op zijn.

Mensen hebben er geen weet van hoe er landelijk tegen ons opgekeken wordt.

Gisteren was ik bij de Vuurtoren en daar zag ik zulke mooie voorbeelden van hoe het team met digitale geletterdheid omgaat. Dat ontstaat door samen te werken en van elkaar te leren en dat kan hier. Er gebeuren op zoveel scholen zoveel mooie dingen op het gebied van digitale geletterdheid; bij de Oosterhogebrugschool, de Bredero, de Ploeg. Nou ja, eigenlijk op al onze scholen wel.

Van de e-labs in het Voortgezet Onderwijs word ik enthousiast. Kamerlingh Onnes en het Praedinius Gymnasium laten mooie dingen zien. Keerzijde van deze nieuwe digitale middelen is dat er dan ook hoge eisen aan het netwerk gesteld worden. Ons verouderde netwerk voorzag hierin niet meer, daarom de overgang naar een nieuw netwerk.’

Hoe komt het nu dat ICT vaak zo moeizaam verloopt?
‘Als mensen het over ICT hebben gaat het vaak over hele verschillende problemen. Waar de een meer of modernere laptops, digitale borden en/of tablets in de klas in de klas wil hebben. Daar heeft de ander het over de kwaliteit van netwerkverbindingen, de snelheid van het internet of de kwaliteit van de WiFi. Sommige dingen kunnen we zelf aanpakken. Voor andere zaken ben je juist afhankelijk van externe partijen. Als er een storing bij een ICT-bedrijf is hebben wij daar wel last van, maar kunnen we het zelf niet verhelpen.’

Laten we die zaken dan eens uit elkaar halen. Als we nou beginnen met het netwerk en de verbindingen. Hoe kijk je daar dan tegen aan en hoe werken jullie aan verbeteringen?
‘Een paar jaar geleden (2015) bestond het netwerk nog uit allemaal kleine netwerkjes van scholen. Dat was aan de ene kant kostbaar, want je moest al die netwerkjes onderhouden en van tijd tot tijd vernieuwen. Anderzijds (en belangrijker) konden al die losse netwerkjes de huidige eisen vanuit bijvoorbeeld de AVG, digitale geletterdheid en/of onderwijsmiddelen niet langer aan.

Daarnaast zijn we als organisatie ook verplicht om gezamenlijk aan te besteden, omdat de Europese wetgeving dat vereist. Dus aanschaffen per school gaat niet meer. Met het verouderde netwerk kwam de kwaliteit meer onder druk te staan. Om de scholen voldoende kwaliteit te kunnen bieden hebben we toen de verschillende netwerken samengevoegd.

De huidige verouderde infrastructuur van Openbaar Onderwijs Groningen is ontstaan uit het samengaan van verouderde clusternetwerken, met uiteenlopende onderdelen, waarop verschillende (versies) van platformen draaiden. Het gevolg was dat deze onderdelen en versies van platformen niet goed met elkaar konden samenwerken en er geen gescheiden datastromen waren. Het achterstallig onderhoud (van de netwerken) zorgt voor ondermaats presteren en dagelijks uitval en verstoringen. Dit leidt terecht tot ergernis en ontevredenheid bij de gebruikers van de diensten en in de scholen.’

Hoe hebben jullie het aangepakt?
‘We zijn begonnen met heel veel verschillende (in-)formele gesprekken en sessies met individuele medewerkers en groepen vanuit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en de ondersteuning. Vervolgens hebben we een plan gemaakt om het netwerk te verbeteren. Ook hebben we in kaart gebracht hoeveel devices (computers) er op scholen staan, hoe oud ze zijn en op hoeveel devices scholen recht hebben. We hebben dit vastgelegd in een normenkader. We kunnen zo goed monitoren welke scholen als eerste aan de beurt moeten komen.  

Ik heb het idee dat het ICT-netwerk het laatste half jaar steeds beter gaat werken, klopt dat?
‘Onze stip op de horizon is dat het ICT fundament volledig op orde is, waarbij één centraal beheerde ICT omgeving het uitgangspunt is. We zijn dus nog lang niet tevreden. Maar het klopt, de eerste aanzet tot verbetering van de infrastructuur is in gang gezet. Alle scholen zijn voorbereid om door te kunnen groeien naar 1Gbit. Dit is voor scholen meer dan voldoende om alles te kunnen doen op ICT-gebied.

We hebben dat inmiddels op zeven scholen (Praedinius Gymnasium, Montessori Vaklyceum, Swoaistee , Hadynschool, Leon van Gelder, Werkman VMBO, Topsport Talentschool) ingevoerd en je ziet dat de ICT op die scholen enorm verbeterd is. Eigenlijk gewoon goed is. De scholen die meedoen zeggen zeer tevreden te zijn. De overige scholen worden in de loop van dit jaar aangesloten. Echter, omdat de zeven pilotscholen nu op een ander netwerk zitten, verbetert automatisch ook de situatie bij de andere scholen. Zij hebben als het ware meer capaciteit gekregen.

Dit heeft geleid tot meetbare verbeterde stabiliteit en snelheid van het netwerk, evenals meetbare vermindering van storingsmeldingen. Een andere belangrijke verbetering is dat we datastromen van elkaar gescheiden hebben. De kwaliteit van de telefonie is daardoor in de afgelopen maanden enorm toegenomen. Ook hebben we het gebruik bij examens en belangrijke toetsen die digitaal afgenomen worden, gescheiden van de rest waardoor we daar veel minder risico’s lopen. De vernieuwde infrastructuur en netwerk is begin 2020 volledig gereed. Overigens merken de scholen nauwelijks iets van de werkzaamheden aan het netwerk. Dat gebeurt als het ware “onder de motorkap”. ‘

Wat merken de scholen van dat nieuwe normenkader?
‘Uitgangspunt is dat er genoeg ICT faciliteiten in de klas beschikbaar zijn voor leerlingen, zoals een goed werkende Wi-Fi, Digibord en flexibel in te zetten apparatuur. Ook moet het mogelijk zijn om met ICT de innovaties, in het onderwijs en in de bedrijfsvoering, te ondersteunen. Uiteraard kunnen we niet alles betalen en het ICT-normenkader beschrijft waar scholen met betrekking tot devices recht op hebben. Vorig jaar hebben we voor 300.000 Euro geïnvesteerd. Dat is met name opgegaan aan heel veel devices (laptops, tablets) voor scholen. Er moest echt een verbeterslag gemaakt worden. Voor de zomer gaan we dat weer doen. In deze nieuwe ronde worden juist veel digitale borden aangeschaft. We kunnen niet alles tegelijk, maar de scholen gaan daar veel plezier van hebben. Verhuist een school of komt er een nieuw gebouw bij, dan installeren we sowieso nieuwe ICT-faciliteiten.’

Gaan jullie nog iets veranderen  aan de scholen?
‘Allereerst is het belangrijk dat de medewerkers goed en voortdurend worden geïnformeerd over ICT-onderwerpen en toekomstplannen. We gebruiken daarvoor een medewerkersportaal. Via nieuws en evenementen geven we informatie. Op de scholen willen we de contacten onderhouden via de ICT-coördinatoren van de school. Niet alle VO-scholen hebben al een ICT-coördinator, maar dat is eigenlijk wel nodig. Zo weten we snel waar een school behoefte aan heeft en kunnen we vooruit plannen.

De ingezette koers zorgt ook voor een accentverschuiving in de dienstverlening. We proberen via de servicedesk zo goed mogelijk naar de school te reageren. Dat gaat steeds beter.

Een leerkracht moet er gewoon op kunnen rekenen dat een digi-bord ’s ochtends werkt. Is dat niet het geval, dan moet deze binnen een dag vervangen worden. Ik begrijp heel goed dat de leerkrachten digi-borden of devices nodig hebben om hun werk goed te doen als ze dat zo in de les hebben gepland. Je kan van mening verschillen hoeveel je nodig hebt, daar hebben we het normenkader voor, maar wat je hebt daar moet je op kunnen rekenen. Vandaar ook dat we sterk verouderde devices aan het vervangen zijn.’

Waar ben je trots op?
‘Mijn team! Als je ziet hoeveel werk die verzet hebben in de afgelopen anderhalf jaar, dat is geweldig. Niet iedereen zal altijd tevreden zijn, maar je ziet de tevredenheid steeds verder toenemen. Dat kan je rustig toeschrijven aan het team.’