Nieuwe ronde, nieuwe uitdagingen

Altijd weer spannend een nieuw schooljaar. Elk jaar sta je als bestuur weer voor de nodige uitdagingen. Ik ben dan ook erg blij met de start van Akkelys Lukkes als lid College van Bestuur. Daarmee is het bestuur weer op volle sterkte! 

 

Een van onze uitdagingen dit jaar is het kwaliteitstoezicht van de Inspectie. Eens in de vier jaar doet de inspectie uitgebreid onderzoek bij ieder bestuur en zijn scholen. Wat gaat er goed, wat kan beter en wat moet beter? Misschien is dat wel de kortste samenvatting van de manier waarop de inspectie toezicht houdt op het onderwijs. Ogenschijnlijk simpele vragen, waar toch een stevige klus achter verborgen gaat!

Kwaliteit aantonen

Want dat je je als bestuur en school inzet voor kwaliteit en ook kwaliteit levert is natuurlijk het belangrijkste, maar nog niet voldoende. Leerlingen, studenten en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat het onderwijs op een school goed is. Daarom moet je de kwaliteit van een school ook kunnen aantonen. En daar zit de crux. Dát betekent een heleboel gegevens, voorbeelden en bewijs verzamelen om de inspectie te laten zien hoe het op de scholen gaat, dat je als bestuur daar goed zicht op hebt en hoe er wordt werkt om de onderwijskwaliteit steeds te blijven verbeteren.

Is het kwaliteitsonderzoek dan iets om je druk over te maken? Hoewel elke vorm van ‘inspectie’ iets spannends heeft, is het vooral juist een mooie manier om de kwaliteit van onze scholen nog eens tegen het licht te houden. Maar de eerlijkheid gebied ook te zeggen dat er soms ook nog wel extra inspanning nodig is om de borging of de systematische onderwijsverbetering aantoonbaar te krijgen. Niet dat wat je doet, maar dat wat je kunt aantonen telt!

Toezicht van twee kanten

Hoe gaat het onderzoek in zijn werk? Er zijn twee lijnen te onderscheiden in het toezicht (waarborg van de basiskwaliteit en stimuleren tot beter). Het bestuur is eindverantwoordelijk voor de basiskwaliteit op de scholen en dient zicht te hebben op de onderwijskwaliteit (basiskwaliteit en deugdelijkheidseisen). Daarnaast is het bestuur samen met de scholen verantwoordelijk voor de kwaliteitsambities. Deze zijn bepaald in de strategische koers.

Op de scholen

Bij de scholen laat het zogenaamde verificatieonderzoek zien of de sturing op de kwaliteit door het bestuur ook in de praktijk werkt. Daarnaast wordt de kwaliteit bij de scholen onderzocht op grond van de Inspectiestandaarden. Om te waarborgen dat het bestuur voldoende zicht heeft op de basiskwaliteit wordt het onderzoekskader van de inspectie als uitgangspunt genomen. Daarbij zijn de kernstandaarden OP2 (zicht op ontwikkeling), OP3 (didactisch handelen), OR1 (resultaten), SK1 (veiligheid), KA1 (kwaliteitszorg) van belang en wordt er in het VO ook gelet op de standaarden OP8 (toetsing en afsluiting) en OP5 (onderwijstijd). De inspectie zal vooral op eigen initiatief scholen bezoeken. Welke scholen dit zijn weten we voor van te voren niet. Als een school de laatste vier jaar niet bezocht is, is de kans natuurlijk groot dat dat nu gaat gebeuren!

Aanvullend kunnen enkele scholen worden aangedragen, die op gebied van onderwijskwaliteit  en -vernieuwing voorloper zijn binnen de organisatie. Deze scholen doen vooraf een zelfevaluatie van alle inspectiestandaarden en worden vervolgens onderzocht op verzoek van het bestuur. Na afloop van dit onderzoek kan een school daarmee een speciale waardering voor goede kwaliteit krijgen. Andersom kan er ook een kwaliteitsonderzoek naar risico’s uitgevoerd worden, als in de voorbereiding van de inspectie het vermoeden bestaat dat de kwaliteit van een school onvoldoende zou kunnen zijn.

Aan de slag!

Alle directeuren, rectoren en teamleiders kunnen aan de slag met het verzamelen van allerlei ‘bewijs’ voor de kwaliteit op hun scholen. Ook vinden er de komende tijd gesprekken plaats tussen het bestuur en de scholen om zicht te krijgen op de basiskwaliteit en de ambities. In oktober vindt daarna het eerste bestuursgesprek met de inspectie plaats, gevolgd door het daadwerkelijke bezoek van de Inspectie aan de scholen in het voorjaar (PO/VO) en winter (SO) van 2020.

Naast de vereisten van de inspectie, is en blijft onderwijskwaliteit een belangrijk speerpunt waar we binnen Openbaar Onderwijs Groningen ook zelf op inzetten. Zo lanceren we binnenkort ons eigen kwaliteitszorginstrument ‘Werken aan kwaliteit’. Dit is een hulpmiddel voor goede afstemming over ambities tussen het bestuur en de scholen. Scholen brengen hierbij in kaart in welk kwaliteitskwadrant ze zich bevinden, in welk kwaliteitskwadrant ze willen komen en welke acties ze daartoe gaan ondernemen. ‘Werken aan kwaliteit’ zal daarmee de leidraad zijn waarop we ons kwaliteitsbeleid de aankomende jaren baseren. Een aandachtspunt daarbij is dat er op school regelmatig, bijvoorbeeld eens per twee jaar, door derden wordt meegekeken naar de onderwijskwaliteit. Dit systematisch feedback ophalen kan bijvoorbeeld via een interne of een externe audit, een rondgang van collega’s, peer-review of een audit van collega-instellingen. Alleen kwaliteit leveren en naar onszelf kijken is dus niet voldoende. Zoals gezegd, in een onderzoek telt alleen dát wat je kunt aantonen.

Zo zie je maar dat er een hele wereld schuilgaat achter zo’n onderzoek van de inspectie. Een hele klus! Tegelijkertijd is het een mooie kans om te reflecteren op hoe we het doen, zodat we de goede dingen blijven doen.